Koude rilling, deel 1 van een trilogie

Fotobron: werkaandemuur.nl
Fotobron: werkaandemuur.nl

De dag had in aanleg veel potentie en terwijl we met zijn tweeën naar school fietsten versmolten onze gedachten. Het product van deze twee afzonderlijke denkbeelden was hoogst ongebruikelijk en uitermate bedenkelijk, echter het doel heiligde naar alle waarschijnlijkheid de middelen. Althans dat poogden we onszelf wijs te maken. De met kristallen vermengde wind sneed ons van rechts ongevraagd in het onbedekte gezicht en dwong ons gelaten de ogen te sluiten. Gedurende enkele weken was deze kerngedachte met enige regelmaat het onderwerp van ons gesprek geweest en de laatste dagen pijnigden we elkanders geweten met de vraag wel of niet tot handelen over te gaan? Onderwijl leken we stilzwijgend en al trappend tot een compromis te zijn gekomen. In een poging het lot te wenden zocht ik naar steekhoudende argumenten voor een laatste uitvlucht.
‘Toch durf ik het niet, Vincent’ mompelde ik met lippen die net zo stijf stonden van de kou als een tepel van ontspruitende opwinding.
‘Stomme angsthaas! Je zult wel moeten Tom, de voorbereidingen zijn al in een vergevorderd stadium.’
‘In een vergevorderd stadium zeg je? We hebben er alleen nog maar samen over gesproken, joh!
’Besef jij eigenlijk wel hoeveel tijd ik er al ingestoken heb? Daar komt nog bij dat ik …’ even bleef het stil en leek Vincent te aarzelen.
Ik benutte de stilte, zocht de juiste adem, spoorde mijn lippen aan en koos voor de aanval.
‘Kunnen we juffrouw Mieke niet in vertrouwen nemen?’ vroeg ik Vincent dapper
‘Denk eens even helder na. En dan? Ten overstaan van héél de klas aan de schandpaal worden genageld? Ik kijk me daar wel uit.’
‘Hoezo dat dan? Trouwens, dat zou ze nooit doen, niet met ons, Vincent. Juf Mieke is een goede vriendin van mijn moeder en zij kent ons van haver tot gort. Ik weet bijna zeker dat ze ons zal adviseren in wat te doen.’
Vincent was vorige week vijftien geworden en daarmee een jaar wijzer. Voor mij zou het nog negen maanden duren eer ik verjaarde. Juf Mieke was als een rots in de branding en een soort van vertrouwenspersoon. Al vaker had ze succesvol en discreet de rol van adviseur of mediator op zich genomen.
‘Hij is schuldig en daarmee basta, Tom. Ik ben dat geleuter zo onderhand echt spuugzat. Mijn zus is voor haar leven beschadigd door dat stuk ellende en daar komt hij niet meer mee weg.’
‘Maar hoe wil je het dan aanpakken?’ en ik voelde de vaste grond langzaam onder mijn voeten wegzakken zoals bij een waterskiër die machteloos toe moet zien hoe de speedboot voor hem stilvalt.
Vincent grijnsde vast inwendig en besefte ongetwijfeld dat ik definitief overstag zou gaan. Hij was mijn beste vriend en zou te allen tijde voor mij in de bres springen. Ik verviel in de denkbeelden van zo-even en kon slechts hulpeloos toehoren hoe ik instemde met het plan.
‘Oké dan! Maar als ik een keer een probleem heb, ben jij er ook voor mij! Afgesproken, Vince?’ en even leek het alsof hij me had gevraagd hem met zoiets onbenulligs als de stelling van Pythagoras te helpen.
‘Afgesproken, mijn erewoord erop. Ik wist wel dat wij samen door dik en dun zouden gaan.’
Ik vroeg me nogmaals af in welk stadium de voorbereidingen waren? Bij mijn weten hadden we hier nog slechts over nagedacht en gesproken …

Na schooltijd kwam alles ineens in een stroomversnelling terecht. Plots leek het alsof we geen seconde te verliezen hadden en alles van vandaag afhing. Hele draaiboeken kwamen tevoorschijn en ineens werd het me duidelijk. Er was geen weg meer terug.
‘Bel jij je moeder en zeg dat je bij mij blijft eten. Dan doe ik het omgekeerde en eet ik bij jou,’ waarop Vince met losse handen een papieren zak met broodjes uit zijn rugzak toverde.
‘Koude broodjes kroket en frikandel! Zij die gaan sterven hebben recht op een fatsoenlijk laatste avondmaal,’ riep Vince triomfantelijk waarbij hij al fietsend het broodje triomfantelijk in de lucht stak.
‘Ben jij wel helemaal goed bij je hoofd man, wil jij hem soms doodvoeren? Is dat jouw plan in een vergevorderd stadium?’ en even schoten een paar afschuwelijke beelden van de film Seven door mijn hoofd.
‘Oh wat ben jij toch goedgelovig. Dit is natuurlijk voor ons tweetjes, Tom,’ en reikte mij er ééntje met kroket aan.
‘Met hem hebben we hele andere plannen,’ sprak Vince met volle mond en hij boezemde mij daarmee een zekere angst in.
‘We?’ En ik slikte van schrik te snel een veel te grote vette hap door en begon te hoesten.
‘Ja, we ja! Ik leg je alles op de weg naar zijn huis wel uit. Maak je voor de verandering maar eens een keer geen zorgen en bel zo-meteen je moeder.’
‘Ik bel mijn moeder pas als jij eens andere toon tegen mij aanslaat. Ik ben je hond niet,’ en trachtte met bluf de zaak te keren.
‘Oké dan, zodra we bij die bomenpartij daarginds zijn bellen we allebei naar huis, eten we nog een broodje en spreken we meteen alles door.’
‘Oké dan.’
‘We zijn er samen bij gebaat dat dit allemaal goed gaat verlopen,’ sprak Vince ineens héél koeltjes.
Aangekomen bij het kleine boscomplex zochten we wat beschutting. Nadat ik mijn moeder had gebeld vroeg ik me af waar hij die broodjes vandaan had getoverd? Die snacks kon hij onmogelijk vanochtend thuis hebben gebakken: dat zouden zijn ouders nooit toestaan zonder vragen te stellen. Doorgaans bepaalde zijn mammie vaak zelfs nog welke kleur boxershort hij aan moest doen.
Hij is mijn beste vriend, maar toch af en toe wel wat spooky.
We aten allebei nog een broodje en tijdens het horen van de snode plannen van Vince werd ik eerlijk gezegd een beetje onpasselijk. Bij het slotstuk en de daarbij horende details schokte mijn maag dwars en eigenzinnig en drukte daarna uit alle macht de broodjes kroket en frikandel richting het natte daglicht. Met de handen voor mijn mond draaide ik me om en brokken brood en snacks, vermengd met gal, schoten als ontsnappende parkieten tussen mijn vingers door.
‘Gadverdamme Tom, ik mag hopen dat je goed hebt gekauwd want achteruit eten is anders behoorlijk pijnlijk,’ sprak hij lachend.
Een hels koude rilling liep over mijn rug en rolde als een natte rochel in mijn bilnaad.
‘Ik denk dat ik voor de eer bedank en aan mijn stutten trek Vince, het wordt mij een beetje te heet onder de voeten.’
‘Doe wat je niet laten kunt, maar dan krijg ik nog wel € 5,25 van je. En wel nu meteen, want ik ben natuurlijk geen bank van lening. Denk je soms dat het geld voor deze vette hap me op de rug groeit?’
Even lachte hij …
Of dacht je dat ik ze vanmorgen thuis had gebakken? Hilarische vooronderstelling, mijn moeder ziet me al aankomen.’
‘Dat is een rotstreek! Je weet dondersgoed dat ik niet zoveel geld op zak heb.’
‘Dan ben je de sigaar kerel, hier is het laatste broodje, opeten en dan gaan we op zwijnenjacht. En doe niet zo schijterig, we gaan hem alléén maar laten schrikken.’
Er leek geen andere mogelijkheid te zijn en teleurgesteld in mezelf nam ik het derde en laatste broodje in ontvangst.
Een kwartier later stapten we op onze stalen rossen en trapten we stilzwijgend in de richting van het kanaal. Achterlijk waren we niet en beseffend dat het plan ook nog wel eens een vreemd staartje zou kunnen krijgen sloegen we even later rechtsaf en stuurden stroomopwaarts tegen de wind in.
‘Ik zie de buitenverlichting van zijn huis al, Tom.’
‘Erg genoeg wel,’ sprak ik benepen.
‘Wist je dat de meeste inbrekers dingen uit de koelkast eten en op hun gemak naar de wc gaan,’ en ik keek daarbij alsof ik een volleerd ruitentikker was …
‘Als je het maar uit je kop laat, soepkip. Ik smeer je jouw eigen hoop stront persoonlijk in je haren, Tom.’
‘Het is maar een weetje en geen voornemen, man. Hoe weet jij eigenlijk zo zeker dat hij nog niet thuis is?’
‘Een goede voorbereiding is het halve werk, beste kerel. Nu mondjes dicht en consequent vasthouden aan het plan, we zijn er.’
Vince was een echte aanvoerder, een leider in hart en nieren en had ogenschijnlijk alles tot in de gore details voorbereid. Veel zou er vast niet mis kunnen gaan.
‘Kutzooi, zijn auto staat thuis!’

Lees binnenkort deel 2 van ‘Koude Rilling’

© Rolf van der Leest

Advertenties

3 thoughts on “Koude rilling, deel 1 van een trilogie

  1. Nom, nom, nom… smaakt als een warm(!) broodje-bal, na een van-het-koude-strand-gewaaide zondagmiddag.
    Eén reactie van de Taalunie: men prefereert ‘te allen tijde’ boven uw ‘te allen tijden’,
    http://taaladvies.net/taal/advies/vraag/783/ter_aller_tijde_ten_allen_tijde_ten_alle_tijde_te_alle_tijde_te_allen_tijde/

    Ennuh, doe nog maar zo’n broodje onze kant op komen. Mogen er ook twee zijn.

    Dank.

    Groeten,
    Lex.

    Liked by 1 persoon

    1. Hoi Thislexy,

      Oeps, nou ga ik daar toch een fikse ruzie met mijn ‘corrector’ krijgen. Bij de eindcontrole had die namelijk dezelfde opmerking gemaakt en ik heb de wijziging vergeten door te voeren. Mea culpa, mea maxima culpa 😉 Inmiddels aangepast!

      Laat die twee snuiters nou door de spanning alle broodjes op hebben!

      Groeten, Rolf van der Leest

      Liked by 1 persoon

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s