Passagier 2.224

De RMS Titanic vervoerde op haar enige en tevens laatste tocht in totaal 2.223 passagiers. Toch zijn deze cijfers, sinds de fatale nacht van 14 op 15 april 1912, doelbewust gemanipuleerd! Wat deed passagier 2.224 aan boord van het vlaggenschip van rederij White Star Line en wat was haar rampzalige aandeel in het noodlot van deze oceaanstomer, dat zich om 23.40 uur voltrok?

‘Je zult moeten begrijpen dat een derdeklas kaartje normaal gesproken zesendertig dollar kost, Darlena. En dan laat ik het feit dat het schip al maandenlang volgeboekt is voor het gemak nog maar even buiten beschouwing.’
‘Dat besef ik mij terdege, kapitein Smith. Zoals beloofd zal ik er alles aan doen om deze schuld, nog voor aankomst in New York, te vereffenen.’
‘Je bent een slim meisje, Darlena.’
‘Dank u wel kapitein Smith, hett is erg lief dat u dat zegt. Het is nog een kleine drie kwartier voor middernacht. Wat zou u ervan vinden als ik alvast een deel van de schuld inlos?’ en ze trok vliegensvlug in één wulpse beweging haar borstrok over het hoofd. Haar katoenen bustier had de allergrootste moeite om haar borsten in bedwang te houden. De zwaartekracht tartend knoopte Darlena de voorzijde van haar bovenlijfje los. Als twee rijpe Galia’s sprongen haar borsten de vrijheid tegemoet en rolden uit de stoffen ondersteuning. Smith gromde slechts en herhaalde al speekselslikkend zijn laatste zin.
‘Je bent een slim meisje, Darlena,’ en drukte zijn grijsbehaarde gezicht vol tussen haar borsten.
Met zijn andere hand greep hij in haar kruis en kneep met zijn door de zilte zeelucht gekloofde zeemansknuisten ongenadig hard in haar flamoes. Darlena’s stembanden produceerden een kreet van pijn, maar nog voor de klanken haar mond verlieten verbeet ze zich.
‘Zei je iets? Ik laat je kielhalen als je ook maar één kik geeft!’ klonk het brommend en grommend vanuit haar boezem.
‘Nee kapitein Smith, ik zou niet durven,’ en ze probeerde haar angsten te beteugelen.
Op dat moment bevrijdde Smith zijn hoofd en keek haar totaal onverwacht zachtaardig aan. Niet wetende wat te verwachten spande Darlena haar buikspieren aan en bereidde zich voor op een woede-uitbarsting.
‘Zullen wij de rollen eens omdraaien, meisje?’
Op dat moment klonk er een belsignaal door de kapiteinshut.
‘Met kapitein Edward John Smith, vanwaar deze ongehoorde onderbreking van mijn rust?’
‘Excuseert u mij kapitein Smith, u spreekt met de brug. Zesde stuurman James Paul Moody vraagt of we de door u bevolen kruissnelheid met zes knopen mogen verlagen? Andere schepen in het gebied melden serieuze ijsbergdreiging, kapitein Smith!’
‘Matroos, trek jij mijn deskundigheid in deze in twijfel? Wat is je naam?’ gromde de tweeënzestig jarige Smith geïrriteerd.
‘Mark Authors is mijn naam, kapitein Smith. Mark Authors! Integendeel kapitein Smith mijn achting voor u is groot. Het is mij een ongekende eer onder uw leiding te mogen staan.’
‘Dan val me niet langer lastig, matroos Authors. Meld aan zesde stuurman Moody dat hij de opgedragen koers en snelheid aanhoudt en dat ik om middernacht op de brug ben.’
‘Akkoord Kapitein Smith, ik noteer in het logboek: 23.27 uur, koers en snelheid handhaven. Ik wens u nog een fijne rust toe, kapitein Smith.’
Korzelig smeet Smith de hoorn op de haak en draaide zich om. Zijn houding aan de telefoon bezorgde het jonge Engelse meisje koude rillingen. Angstzweet brak haar uit en in een poging de rust in de oude man terug te laten keren nam ze weer een onderdanige houding aan.
‘Ik zei dat we de rollen gingen omdraaien,’ en hij liep naar het dressoir.
Verbaasd volgden de ogen van Darlena de handeling van Smith. Uit de bovenste lade kwam een langwerpig esdoornhouten kistje tevoorschijn en op het moment dat Smith het doosje opende sloeg de staande klok ten teken van het halve uur.
‘Ik wil dat je mij met deze handboeien vastketent aan het bed,’ en hield op een haast triomfantelijke wijze twee setjes boeien omhoog.
Weifelend nam Darlena het koude staal in haar handen en begon Smith aan het bed te kluisteren. Even later stond de stoere kapitein voorover gebogen aan het voeteneind van het grote bed.’
‘Knoop mijn broek los en ontbloot mijn billen. Ik wil dat je me slaat.’
‘Maar kapitein Smith, ik kan u toch onmoge…’
‘Trek de riem uit mijn pantalon en sla me zo hard je kunt!’
Zichtbaar ontdaan deed de twintiger wat haar bevolen werd. Aarzelend zoals ze nog nooit daarvoor had geaarzeld hief ze haar rechterhand boven haar schouder. Een moment lang verstilde alles, waarna haar arm werd aangestuurd en de gesp snoeihard op het achterwerk van Smith liet landen. Keer op keer werd de beweging herhaald en steeds gerichter landde de gesp op Smith. Bij elke slag zwol zijn roede verder aan en kreunde hij harder.
‘Is het goed zo, kapitein Smith?’
‘Nee Darlena, slaan, tot bloedens toe slaan.’
De moed zonk in haar schoenen en toch vermande Darlena zich weer. Nu sloeg ze onophoudelijk zo hard als ze kon. Hoe eerder hij zou bloeden des te sneller deze ellende voorbij zou zijn. Onder het slaan wenste ze dit nooit van haar leven meer mee te moeten maken.
Op het moment dat kapitein Edward John Smith zijn teelvocht tegen het voeteneind van het bed spoot, klonk een lang, oorverdovend, schrapend geluid aan stuurboordzijde …

© Rolf van der Leest


Passagier 2.224 is exclusief geschreven voor de bijeenkomst van EWA-Nederland op 26 september 2015.

Advertenties

2 thoughts on “Passagier 2.224

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s